| Hendrik Sybrandy |
| Alert - juni/juli 2004 |
|
Sinds ruim een decennium loopt de Fries Hendrik Sybrandy rond in het extreemrechtse landschap. Hij begon bij het Nederlands Blok, onlangs stapte hij over van de NNP naar de Nationale Alliantie. En die partij was erg blij met de komst van Sybrandy, “een man van wijsheid, politieke ervaring en smetteloos overkomen”. Hendrik Sybrandy (1972) kwam in 1992 via het Fries nationalisme terecht bij extreemrechts. Hij was al enige tijd lid van de Fryske Beweging en een bezoeker van de herdenking van de Slag bij Warns (#1). Tijdens de herdenking in 1992 kwam hij de groep rechts-extremisten tegen die de herdenking ook probeerde bij te wonen. Hij hoorde onder andere Alfred Vierling spreken van het net opgerichte Nederlands Blok. Dat maakte zoveel indruk dat Sybrandy enige tijd later lid werd van deze partij.
Het Nederlands Blok werd opgericht door een aantal mensen die een alternatief wilden bieden voor de Centrumdemocraten (CD) van Janmaat. De CD was op dat moment de meest succesvolle extreemrechtse partij, maar partijleider Janmaat was door zijn stijl van besturen verre van geliefd binnen zijn eigen kringen. Hij duldde geen tegenspraak of personen die een bedreiging waren voor zijn leiderschap. Daarmee haalde Janmaat zich regelmatig de woede op de hals van ambitieuze partijleden die geen enkele kans kregen. Een aantal van hen begon het Nederlands Blok. Vlak na de oprichting stapte ook de “kroonprins” van de CD, Wim Vreeswijk over. Vreeswijk werd op dat moment gezien als de man die extreemrechts in Nederland een treetje hoger kon trekken. Hij was tactischer dan Janmaat, uitte zich minder radicaal en had goede contacten met het Vlaams Blok. Door Janmaat werd hij echter als een bedreiging gezien wat tot een reeks van conflicten leidde. Vreeswijk besloot de CD te verlaten en verder te gaan met het Nederlands Blok. In de periode daarna zouden meer leden de overstap maken van de CD naar het Nederlands Blok. Maar een groot succes zou het Nederlands Blok nooit worden. Van deze partij werd Sybrandy dus lid en hij was vanaf 1994 ook actief. Het Nederlands Blok was in 1994 inmiddels stevig in handen gekomen van Vreeswijk. Bij gebrek aan actief kader was Vreeswijk blij met iedereen die zich voor de partij wilde inzetten. Sybrandy kon dan ook snel carrière maken in de partij. Bij diverse acties van het Nederlands Blok in 1994 en 1995 was Sybrandy aanwezig. Zo voerde hij actie tegen asielzoekers, voor meer respect voor veteranen, tegen drugs en tegen een Officier van Justitie die moest aftreden na de IRT-affaire. Tegelijkertijd werd hij gepromoveerd tot Noordelijk kringleider voor het Nederlands Blok en redacteur van het partijblad. Ook deed Sybrandy zijn eerste voorzichtige stapjes op het officiële politieke toneel. Bij de provinciale statenverkiezingen van 1995 stond hij op de lijst van het Nederlands Blok. Deze keer werd de verkiezingsdeelname in Friesland nog georganiseerd door de actieve rechts-extremist Douwe van der Bos. In de jaren daarna kwam het organiseren van verkiezingsdeelname in Friesland neer op de schouders van Sybrandy. Dat leidde ertoe dat het Nederlands Blok in 1998 (gemeenteraadsverkiezingen) en 1999 (Provinciale Staten) niet mee kon doen, omdat het Sybrandy niet lukte om voldoende ondersteunende handtekeningen binnen te halen. Overigens vertelde Sybrandy zelf dat de partij in 1998 niet meedeed omdat het de concurrentie met de andere extreemrechtse partij, de CP’86, in Leeuwarden niet aan wilde gaan en in 1999 niet, omdat er onvoldoende steun door de partijleiding werd gegeven.
Het Nederlands Blok was in de periode na de raadsverkiezingen in 1994
nog enigszins gegroeid. Vreeswijk wist een aantal ontevreden CD-raadsleden
de partij binnen te lokken. Maar na deze kortstondige oprisping werd al
snel duidelijk dat het nooit veel zou worden met de partij. Net als Janmaat
was Vreeswijk te benauwd dat zijn positie zou worden aangetast. Bij de
raadsverkiezingen van 1998 wist Vreeswijk alleen zijn eigen raadszetel
in Utrecht te handhaven, terwijl hij zelfs die zetel kort daarna verloor
bij een gemeentelijke herindeling. Dat bleek tegelijkertijd het einde van
het Nederlands Blok te zijn.
Amper lid geworden van de NNP, vond er in Friesland een incident plaats dat precies in het straatje van de NNP paste. In Kollum kwam een flinke groep inwoners in opstand tegen de verplaatsing van het asielzoekerscentrum naar het centrum van het dorp. In plaats van de te verwachten pogingen van Sybrandy en de NNP om aanhang en sympathie te werven in het dorp, bleef de partij juist weg. Sybrandy bracht over deze opmerkelijke keuze een persbericht uit: “De NNP wil de discussie rond dit, zeker voor de directe betrokkenen, heikele onderwerp niet onnodig belasten. Dit ook met het oog op de enorme emotie die hierover de laatste maanden bij de bevolking van Kollum e.o. leeft. Aanwezigheid namens de partij zou confronterend kunnen werken, hetgeen juist niet de bedoeling is, gezien het lofwaardige streven van de organisatoren. Wel zullen op eigen titel leden van de NNP aanwezig zijn bij de optocht, en tevens ondersteunt de NNP de demonstratie nog op een aantal andere manieren.” Wel probeerde Sybrandy het thema asielzoekers verder onder de aandacht te brengen door NNP-folders te verspreiden in noordelijke plaatsen waar asielzoekerscentra waren of gepland werden: Kollum, Berlikum en Siddeburen. Daarna hield Sybrandy zich enige tijd rustig. Hij bezocht partijbijeenkomsten,
schreef een aantal artikelen en bracht zijn eigen blaadje uit.
In 2002 deed hij opnieuw een poging om aan de gemeenteraadsverkiezingen
mee te doen. Na de mislukte poging in 1998 lukte het hem dit keer wel om
voldoende handtekeningen te verzamelen. Maar dit keer dreigde een andere
partij nog roet in het eten te gooien. De Nieuwe Leeuwarder Partij (NLP)
was bang voor naamsverwarring met de NNP en spande een procedure aan. Sybrandy
wist deze procedure te winnen en kon meedoen aan de verkiezingen. Daar
kreeg Sybrandy 418 stemmen, wat ruimschoots te weinig was voor een raadszetel.
En wat betekende Sybrandy verder voor de NNP? Dat is niet helemaal duidelijk. Als secretaris was hij een spin in het web. Hij was contactpersoon voor bijna alle NNP-bijeenkomsten, bovendien was hij zeer regelmatig spreker voor de partij en daar was hij volgens partijleden vrij goed in. Verder zou hij in die periode samen met Marcel Hoogstra de feitelijke leiding van de partij gevormd hebben. Of dat een aanbeveling is, is echter maar de vraag: de partij kwam sinds haar oprichting nauwelijks van de grond. De ledenaantallen bleven beperkt en het enige succes dat de partij wist te behalen was het veroveren van twee Rotterdamse deelraadzetels in 2002. Na de moord op Pim Fortuyn leek het er even op dat de NNP gebruik zou
maken van de politieke ruimte en anti-linkse sfeer die zich meester had
gemaakt van het politieke debat. Sybrandy schreef er een stuk over in het
NNP-blad. Hij beschuldigde Fortuyn van nepperij als onechte nationalist,
die de ideeën van de NNP gepikt had: “Wij waren de wegbereiders en
Fortuyn effende het pad naar acceptatie verder”. Hij voorspelde dat de
NNP verder zou groeien en dat de stemmers uiteindelijk het origineel (de
NNP) boven de kopie (de LPF) zouden verkiezen.
Sybrandy trad in die periode af als partijsecretaris, maar bleef wel lid en werd korte tijd later hoofd ideologische- en kadervorming van de NNP. Ook daar kan de vraag gesteld worden waar dat toe geleid heeft. In 2003, het jaar wanneer Sybrandy deze functie vervulde, kwam de NNP steeds verder in staat van ontbinding terecht, juist door een volstrekt onduidelijke politieke koers. De partij ging rond de zomer een vrijage aan met Nieuw Rechts van Michiel Smit. Er werd gezamenlijk een aantal acties georganiseerd en NNP-voorzitter Florens van der Kooi werd de fractie-assistent van Smit in de Rotterdamse raad. Dit leverde de nodige problemen op voor de NNP. Een deel van de actieve leden moest namelijk niets hebben van Smits pro-Joodse opvattingen. De discussie hierover ontspoorde al snel en ontplofte compleet toen Smit de fusiebesprekingen en samenwerking tussen de NNP en Nieuw Rechts eigenhandig opblies. Inmiddels had hij wel een aantal bruikbare activisten van de NNP zijn eigen partij binnengeloodst. Na deze episode, waar de NNP (en dus ook Sybrandy) niet in staat bleek enige politieke lijn vast te houden en gekozen werd voor opportunistische samenwerking met Nieuw Rechts, bleven de NNP-bestuurders met een onttakelde partij zitten. Een deel van de leden was door de samenwerking met Nieuw Rechts opgestapt en degenen die de partij trouw waren gebleven zaten nu met de kater van de mislukte fusie. (#3) In de praktijk betekent dat op dit moment dat de NNP op sterven na dood is.
Voor Sybrandy was het, gedurende deze periode van onrust, lang onduidelijk
wat hij zou gaan doen. Een deel van het NNP-kader verliet de partij al
eerder, maar Sybrandy bleef hangen. In februari 2004 bezocht hij nog een
etentje van NNP-activisten, terwijl de partij om hem heen verder in elkaar
duvelde. Een maand na het etentje verliet ook hij het zinkende schip en
stapte over naar de Nationale Alliantie (NA). Daar werd hij direct benoemd
tot woordvoerder en tweede voorzitter.
|
![]() |