| Spaanse autoriteiten doen onderzoek naar de toedracht van het overlijden.
Pattist, die vrijdag is gecremeerd, gold als een van de laatste nog levende
Nederlandse oorlogsmisdadigers. Ofschoon hij destijds alleen werd veroordeeld
voor mishandeling en landverraad, werd de voormalige SS'er verantwoordelijk
gehouden voor talloze razzia's en tientallen gevallen van mishandeling,
marteling, schijnexecuties en het indirect doden van onderduikers en joden
in Amsterdam en het Drentse Hollandscheveld.
Auke Bert Pattist, die op 9 oktober 1920 in Bilthoven werd geboren, was
een overtuigde nationaal-socialist. Hij was tijdens de oorlog aanvankelijk
politieman in Amsterdam, waar hij fanatiek meewerkte aan de razzia's op
joden. Later vocht hij als lid van de Waffen SS aan het Duitse oostfront
in Rusland en Slovenië. Hij keerde eind 1944 in Nederland terug, waar
hij werd aangesteld bij de Landwacht in Hollandscheveld. Daar wijdde Pattist
zich in de laatste maanden van de oorlog opnieuw aan het opsporen van onderduikers
en joden, in een verbeten poging het Nederlandse verzet te breken. Pattist
werd onmiddellijk na oorlog voor zijn misdaden aangehouden, maar wist in
1946 uit de koepelgevangenis in Arnhem te ontsnappen. Hij vluchtte eerst
naar Duitsland. Later vestigde Pattist zich in 1956 in het Spanje van dictator
Franco, die de Nederlander in 1968 het Spaanse staatsburgerschap verleende.
Pogingen Pattist naar Nederland te krijgen, mislukten alle, hoewel de Nederlandse
overheid al in 1975 op de hoogte was van zijn verblijfplaats. Nazi-speurder
Simon Wiesenthal kwam Pattist in 1979 op het spoor. Na Kamervragen drong
de toenmalige minister van Justitie Job de Ruiter bij Spanje aan op uitlevering.
Het verzoek werd afgewezen.
© Het Parool,
26 maart 2001 |