| De ex-vrouw van de Nederlandse neo-nazi Marcel Keizer over zijn
contacten binnen extreem-rechts en bij de Haagse politie
'Marcel speelde als kind al concentratiekampje' Nieuwe Revu - 7 september 1994 door Peter Rensen |
| Marcel Keizer is handelaar in wapens, was tot voor kort actief lid
van de Centrumdemocraten en al ruim 15 jaar zeer actief binnen extreem-rechts.
Zijn ex-vrouw doet nu uit de doeken hoe het leven met hem was. En onthult
zijn nauwe contacten met de Haagse rechercheur Klaar Munnik.
"Of er in de Tweede Wereldoorlog gaskamers zijn geweest? Dat weet ik niet," zegt de 36-jarige Marcel Keizer. "Ik ben in Dachau geweest en daar was er geen een. Ik heb er nooit één gezien. Ik ben er ook niet bij geweest. Ik sta daar sceptisch tegenover. Weet jij zeker dat er joden in de gaskamers zijn omgebracht? Heb jij de gaskamers gezien dan?" Marcel Keizer heeft er nooit een misverstand over laten bestaan: zijn
politieke sympathie gaat uit naar extreem rechts. Vanaf het eind van de
jaren zeventig is hij actief geweest in de op de ideeën van Hitler
georiënteerde Nederlandse Volksunie (NVU) en hij noemt zichzelf nog
steeds trots "een pure nationalist".
Henny Keizer-Klein kent Marcel Keizer als geen ander. In 1978 is ze
met hem getrouwd. "We zijn niet uit liefde, maar om praktische redenen
getrouwd," vertelt Henny Klein. "Marcel wilde niet in militaire dienst.
Als kostwinner kon hij uitstel krijgen. Ja, hij is wel gek op uniformen
en schiettuig, maar hij beveelt liever zelf dan dat hij bevolen wordt.
In het eerste jaar dat we getrouwd waren, werd hij al veroordeeld voor
verboden wapenbezit. Toen hoefde hij helemaal niet meer in dienst.
Twee welingelichte bronnen die anoniem willen blijven, beamen dat Marcel Keizer zijn vrouw op vernederende wijze behandelde. De eerste bron zegt: "je ziet weleens in films over de Tweede Wereldoorlog hoe SS'ers hun vrouw behandelden. Zo deed hij dat ook." De tweede bron: "Hij gedroeg zich tegenover haar als een klein Adolfje." Na 15 februari brak er al snel een strijd los over de materiële afwikkeling van de echtscheiding. Het woonhuis in Pijnacker, een auto, Verscheidene bankrekeningen en eventuele alimentatie werden onderwerpen van twist. Keizer maakte bijvoorbeeld aanspraak op de auto die Klein al zo'n zes jaar in gebruik had. Dat kon, omdat de auto, een Suzuki, op naam stond van Joop Glimmerveen, de voormalige leider van de Nederlandse Volksunie en nog steeds een goede kennis en politieke bondgenoot van Marcel Keizer. Terence van Nielen, met wie Klein gedurende de laatste periode van haar huwelijk bevriend raakte, hielp Klein met de strijd die zich rond de echtscheiding begon af te tekenen. In de nacht van 23 op 24 juni, om 0.20 uur, werden de bewoners van de
Van Houtenlaan in het Zuidhollandse stadje Pijnacker opgeschrikt door glasgerinkel.
Op straat werd een ruzie beslecht. Terence van Nielen werd het slachtoffer
van deze ruzie. Twee maanden later kan hij zijn woede nog steeds niet helemaal
de baas. Hij vertelt wat er volgens hem die nacht gebeurde: "Ik reed samen
met Henny van Den Haag naar Pijnacker, waar we bij een vriendin van Henny
op het huis pasten. In Nootdorp merkten we dat we achtervolgd werden door
de VW-golf van Marcel Keizer. Toen we bij Henny's vriendin voor de deur
stopten, sprongen Marcel Keizer en z'n nieuwe vriendin L.0. uit hun auto.
Keizer begon met een honkbalknuppel op het linkerportier in te slaan. Henny
dook uit de wagen en ging de flatgalerij op om de politie te bellen. Ik
probeerde er langs de rechterkant achteraan te gaan, maar het is een kleine
wagen, dus Keizer was al omgelopen en ik kreeg een paar klappen. Ik dacht:
'Afstand kort houden,' en op een gegeven moment kreeg ik hem tegen de grond.
Daarop begon Keizer zijn vriendin om hulp te roepen. Kreeg ik van in vriendin
ook nog een klap met een honkbalknuppel. Ik dacht: 'Straks slaan ze me
dood.' Toen ben ik de bosjes ingedoken. Gelukkig was de politie er redelijk
snel bij."
Hoewel het relaas van Van Nielen in grote lijnen overeenkomt met de lezing die politiewoordvoerder F. van Rijnswou van de gebeurtenissen geeft, is er één belangrijk onderscheid. Volgens Van Nielen heeft Keizer hem tijdens de worsteling tweemaal gestoken met een mes. Hij laat ruim twee maanden na dato de wonden zien op zijn scheenbeen en zijn schouderblad. Politiewoordvoerder F. van Rijnswou gaat er echter van uit dat deze verwondingen "niet met een mes zijn toegebracht." Hij zegt: "De wonden bleken niet diep en er kwam geen bloed aan te pas." Van Nielen reageert kwaad: "Geen bloed! Man, m'n hele sok was rood. Dat hebben ze bij het onderzoek in het ziekenhuis toch kunnen zien." Op 23 juli ging Henny Klein naar de sigarenboer in de buurt van Van
Nielens huis. Klein: "Op de heenweg zag ik dat Keizer me met zijn auto
tegemoet reed. Ik bleef extra lang bij de sigarenboer hangen, maar toen
ik naar buiten kwam, reed hij plotseling naast me. Hij keek me aan en zei:
'Wat zie jij eruit!' Ik schrok natuurlijk." Klein vertelde aan Van Nielen
wat haar was overkomen. Van Nielen: "Ik was het zat, heb de politie gebeld
dat ze iets moesten ondernemen, maar die zeiden dat ze niks konden doen.
Toen heb ik ze gezegd dat ik naar Keizers winkel zou gaan om hem te vertellen
dat hij bij Henny uit de buurt moest blijven."
Terence van Nielen en Henny Klein vinden dat ze weinig steun krijgen van de betrokken politiekorpsen. Van Nielen: "Bij de politie Delft leek het wel alsof wij de daders waren in plaats van de slachtoffers. Bovendien hebben we de dag na de vechtpartij zelf het initiatief moeten nemen om een technisch onderzoek te laten instellen. De technische recherche was helemaal niet op de hoogte gesteld. Slachtofferhulp Den Haag wist aanvankelijk ook van niks. Vorige week heeft slachtofferhulp gezegd dat zij niets meer voor ons kunnen doen, omdat zij uit het politiekorps geen enkele informatie over deze zaak krijgen." Klein en Van Nielen staan wantrouwig ten opzichte van de politie en
hebben daar goede redenen voor. Henny Klein zegt: "Marcel Keizer heeft
contacten met meerdere rechercheurs bij de Haagse politie. Met één
van hen, Klaar Munnik, is hij heel nauw bevriend geraakt. Sinds een jaar
of zeven gaan ze zeer veelvuldig met elkaar om. In het begin éénmaal
per week, de laatste jaren gemiddeld eenmaal per twee weken. Ik heb het
idee dat Marcel Keizer beschermd wordt omdat hij zulke goede contacten
heeft binnen het Haagse korps. De politie wil die contacten bewaren, of
ze wil juist niet dat ze uitkomen."
Volgens Klein bleven de contacten niet alleen beperkt tot huisbezoeken over en weer. Ze zegt: "In 1991 zijn we met z'n vieren veertien dagen op vakantie geweest naar Duitsland, Tsjecho-slowakije en Oostenrijk. In september 1992 en 1993 zijn we door de Munniks uitgenodigd om met hen mee te gaan naar een jaarlijkse country-avond. Marcel en Klaar Munnik trokken er ook weleens samen of met vrienden op uit. Ze hebben in 1991 tegelijkertijd bij dezelfde zaak een motor gekocht. Ze zijn samen met vrienden van Munnik op de motor naar Limburg geweest. Munnik was ook aanwezig op de begrafenis van oud-NSB'er Piet Zeller om de orde te handhaven. Hij had Marcel en mij toen op het hart gedrukt net te doen alsof wij hem totaal niet kenden. Anders moest hij zich daarover verantwoorden tegenover zijn collega. Ik ben een hele tijd ziek geweest. Nel Munnik heeft toen van begin 1990 tot eind 1991 tegen betaling ons huis schoongemaakt. Klaar Munnik heeft dat zelf voorgesteld." Ter ondersteuning van haar verhaal haalt Klein vervolgens een Macro-pas tevoorschijn. Onder het adres van de Sleutelshop staan twee namen: K. Munnik en M.A. Keizer. Gevraagd om commentaar reageert Klaar Munnik bijna laconiek. Hij ontkent
dat hij bevriend is met Marcel Keizer. "We hebben weleens contact," zegt
hij, "maar dat zijn puur beroepsmatige contacten. Het heeft weinig zin
eromheen te draaien. Ik ben werkzaam bij de RID, de Regionale Inlichtingendienst.
Dus het is mijn werk om met mensen als Keizer contact te onderhouden."
Hij vervolgt: "Ik weet wel waar uw informatie vandaan komt. Marcel Keizers
vrouw wil van hem af en is nu met hem in een geldkwestie verwikkeld. Daar
wordt ze bij geholpen door een of andere kwibus die u ook wel gesproken
zult hebben. Zij proberen Keizer zo vuil mogelijk te maken en daar betrekken
ze nu ook andere mensen in.
Een paar dagen na het gesprek tussen Nieuwe Revu en Klaar Munnik laat
de directe chef van Munnik, commissaris van politie K.J. Doornbusch weten
dat hij met ons wil spreken. Doornbusch beaamt dat Munnik werkzaam is bij
de RID en dat Keizer de politie van informatie voorziet. Verder wil hij
niet ingaan op de activiteiten van de RID. Doornbusch vertelt dat er in
maart 1994 een gesprek heeft plaatsgehad met onder anderen Klaar Munnik
over de positie van Keizer als informant.
De suggestie van Munnik dat Keizer op initiatief van de RID extreem
rechtse activiteiten zou ontplooien wordt door Doornbusch weersproken.
De commissaris zegt: "De politie past niet de rol van initiator. Noch op
het politieke terrein, noch op het criminele terrein." En, stelt hij verder:
"Een politie-functionaris moet te allen tijde duidelijk tonen dat hij eventuele
extreme politieke standpunten van zijn contacten niet deelt."
Voor Henny Keizer is het geen verrassing dat de politie Keizer beschouwt
als een waardevolle informant. "Als hij er op de één of andere
manier beter van kan worden, geeft hij je zo aan bij de politie." Klein
noemt enkele namen van mensen uit het criminele milieu -die niets met extreem
rechts te maken hebben- die er volgens haar door Keizer bij zijn gelapt.
"Toen ik nog maar net met hem omging zat half Spoorwijk achter hem aan,
omdat hij iemand had verlinkt," zegt ze.
Terence van Nielen en Henny Klein hebben niet het idee dat de politie
hun veiligheid waarborgt. "De komende tijd zal Marcel Keizer mij wel als
wandelend target zien," zegt Henny Klein. Financieel ontbreekt het haar
aan de middelen om langdurig op een schuiladres te verblijven. "Ik sta
met mijn rug tegen de muur," zegt Klein, "en de politie steekt geen poot
voor ons uit." Een brief aan de Ombudsman leidde midden juli slechts tot
een formele antwoordbrief waarin Van Nielen wordt aangeraden om "nader
geconcretiseerde klachten in te dienen bij de politie (of de burgemeester)
van Pijnacker."
Marcel Keizer ontkent dat hij Henny Klein heeft vernederd of bedreigd.
"Mijn vrouw en vooral die Van Nielen zitten achter mijn geld aan," beweert
hij. "Bij de politie in Pijnacker heb ik uitgelegd dat het om ordinaire
afpersing gaat. Vind je het gek dat ik dan wat terugdoe?"
Henny Klein kan het zich nauwelijks voorstellen dat Keizer zich inspant om aanslagen op buitenlanders te voorkomen. Ze zegt: "Als-ie op televisie mensen in Afrika van de honger ziet doodgaan, lacht-ie zich rot. Na de Bijlmerramp zat hij voor de televisie en zei: 'Er zijn gelukkig geen mensen omgekomen.' Soms riep hij: 'Ik pak een machinepistool, loop naar de Houtmankade en schiet 'n zootje van die buitenlanders overhoop.' En ik durf niet te zeggen dat hij zoiets nooit zal doen."
Door Peter Rensen - Nieuwe Revu - 7 september 1994 |
![]() |