De ex-vrouw van de Nederlandse neo-nazi Marcel Keizer over zijn contacten binnen extreem-rechts en bij de Haagse politie
'Marcel speelde als kind al concentratiekampje'
Nieuwe Revu - 7 september 1994

door Peter Rensen

 
Marcel Keizer is handelaar in wapens, was tot voor kort actief lid van de Centrumdemocraten en al ruim 15 jaar zeer actief binnen extreem-rechts. Zijn ex-vrouw doet nu uit de doeken hoe het leven met hem was. En onthult zijn nauwe contacten met de Haagse rechercheur Klaar Munnik.

"Of er in de Tweede Wereldoorlog gaskamers zijn geweest? Dat weet ik niet," zegt de 36-jarige Marcel Keizer. "Ik ben in Dachau geweest en daar was er geen een. Ik heb er nooit één gezien. Ik ben er ook niet bij geweest. Ik sta daar sceptisch tegenover. Weet jij zeker dat er joden in de gaskamers zijn omgebracht? Heb jij de gaskamers gezien dan?"

Marcel Keizer heeft er nooit een misverstand over laten bestaan: zijn politieke sympathie gaat uit naar extreem rechts. Vanaf het eind van de jaren zeventig is hij actief geweest in de op de ideeën van Hitler georiënteerde Nederlandse Volksunie (NVU) en hij noemt zichzelf nog steeds trots "een pure nationalist". 
Sinds 1984 is Marcel Keizer uitbater van de Sleutelshop in Den Haag, een winkel waar naast sleutels ook (tweezijdig geslepen) messen, buksen en bogen worden verkocht. Na zijn toetreding tot de kleine middenstand heeft hij zijn extreem rechtse activiteiten niet stopgezet, integendeel. Hij wordt door het Meldpunt Rassendiscriminatie Den Haag verdacht van een poging tot inbraak in 1987. In 1989 werd hij lid van de Centrumdemocraten. In 1990 verspreidde hij vanuit zijn winkel briefjes van tien gulden met de tekst: 'Verdrijf de Islam uit Nederland, stem en steun Janmaat/Centrumdemocraten'. In 1993 bleek dat hij bijverdiende met het aanbrengen van inscripties van hakenkruizen op messen.
Hoewel hij zijn extreem rechtse ideeën te pas en te onpas ventileert, heeft Keizer al lange tijd de beschikking over verscheidene machtigingen voor vuurwapens. Ook heeft hij als secretaris van de Haagse schietvereniging SV Diana de medeverantwoordelijkheid voor de verenigingswapens.

Henny Keizer-Klein kent Marcel Keizer als geen ander. In 1978 is ze met hem getrouwd. "We zijn niet uit liefde, maar om praktische redenen getrouwd," vertelt Henny Klein. "Marcel wilde niet in militaire dienst. Als kostwinner kon hij uitstel krijgen. Ja, hij is wel gek op uniformen en schiettuig, maar hij beveelt liever zelf dan dat hij bevolen wordt. In het eerste jaar dat we getrouwd waren, werd hij al veroordeeld voor verboden wapenbezit. Toen hoefde hij helemaal niet meer in dienst. 
"Marcel speelde als kind al concentratiekampje," zegt Henny Klein. "Ik dacht dat dat misschien wel over zou gaan. Maar het zit zo diep, dat krijg je er nooit uit. Ik heb nooit achter zijn ideeën gestaan. Maar vanaf het moment dat ik hem leerde kennen, ben ik meegesleurd." Ze herinnert zich dat ze in 1981 mee moest folderen. "Op een gegeven moment kom ik in de Terwestenstraat in Den Haag. Ik gooi een folder in de bus. Komt er een beul van een woonwagenbewoner naar buiten. Die slaat me zo van de trap. Als een vuilniszak lag ik daar beneden. Marcel Keizer en zijn toenmalige vriendje H.L. gingen d'r als een haas vandoor." 
Vlak na haar trouwen dacht Klein dat de liefde later wel zou komen. "Ik heb van mijn geboorte tot mijn twintigste in tehuizen en internaten gezeten. Ondanks dat ik mijn twijfels had, pakte ik de kans aan om een eigen leven te beginnen. Je probeert er het beste van te maken." Na zestien jaar bleek dat niet te lukken. Op hun trouwdag, 15 februari jongstleden, pakte ze haar spullen, liep weg van huis en dook tijdelijk onder in een hotel. Ze heeft de echtscheidingsprocedure in gang gezet. 
Achteraf zegt ze: "Marcel zag mij van begin af aan als eigendom. Hij gedroeg zich tegenover mij als een dictator. Alles wat ik deed werd gekleineerd. Hij zei vaak: 'Jij hebt één hersencel meer dan een koe en je bent nog te stom om die te gebruiken.' Ik heb in het begin van mijn huwelijk in de gezinsverzorging gewerkt. Zelf was hij toen werkloos, dus ik was degene die het geld binnenbracht. Toen hij in 1984 een eigen zaak begon, maakte hij er voortdurend opmerkingen over dat ik zo weinig verdiende. Hij zag mij als zijn huisslaaf; Befehl ist Befehl. Tegenover zijn vrienden noemde hij mij zijn 'afgerichte hond' of 'Auschwitz'. Dat was een grapje van hem omdat ik zo mager was. Maar dat kwam juist door de zenuwen die hij me aanjoeg. Ik moest er precies zo uitzien als hij wilde; met kak-kleding en heel kort haar. Wanneer ik niet deed wat meneer wilde, begon hij vreselijk z'n zin door te drijven. 


Marcel Keizer in actieMarcel Keizer bij een herdenking
voor de overleden WA-er Peter Ton.
"Hoe langer we getrouwd waren, hoe erger zijn gedrag werd," vervolgt Klein. "Hij vertelde mij de laatste jaren niet eens waar hij uithing, terwijl hij mij soms tienmaal per dag belde om te controleren wat ik deed. Zijn houding tegenover mij werd steeds intimiderender. Dat kwam ook omdat ik me wat vrijer begon te gedragen. Hij heeft weleens met een schaar voor me gestaan en gedreigd mijn haar af te knippen. Ik heb tijdens mijn huwelijk heel wat naar m'n kop gesmeten gekregen: bierfiessen, hele borden met eten, noem maar op. Vanaf november 1993 werd het nóg erger. Vanaf die tijd heeft hij meerdere malen gedreigd met seksueel misbruik. Wanneer ik niet vrijwillig met hem naar bed ging, zou hij het wel afdwingen. Bij alles wat hij deed, moest macht en geweld te pas komen. Op een normale manier kon hij het niet meer. Dat is de druppel geweest. Ik was het moe om constant in de clinch te liggen. Ik besefte dat, wilde ik nog iets van mijn leven wilde maken, ik nu moest weggaan." 
Twee welingelichte bronnen die anoniem willen blijven, beamen dat Marcel Keizer zijn vrouw op vernederende wijze behandelde. De eerste bron zegt: "je ziet weleens in films over de Tweede Wereldoorlog hoe SS'ers hun vrouw behandelden. Zo deed hij dat ook." De tweede bron: "Hij gedroeg zich tegenover haar als een klein Adolfje."

Na 15 februari brak er al snel een strijd los over de materiële afwikkeling van de echtscheiding. Het woonhuis in Pijnacker, een auto, Verscheidene bankrekeningen en eventuele alimentatie werden onderwerpen van twist. Keizer maakte bijvoorbeeld aanspraak op de auto die Klein al zo'n zes jaar in gebruik had. Dat kon, omdat de auto, een Suzuki, op naam stond van Joop Glimmerveen, de voormalige leider van de Nederlandse Volksunie en nog steeds een goede kennis en politieke bondgenoot van Marcel Keizer. Terence van Nielen, met wie Klein gedurende de laatste periode van haar huwelijk bevriend raakte, hielp Klein met de strijd die zich rond de echtscheiding begon af te tekenen. 

In de nacht van 23 op 24 juni, om 0.20 uur, werden de bewoners van de Van Houtenlaan in het Zuidhollandse stadje Pijnacker opgeschrikt door glasgerinkel. Op straat werd een ruzie beslecht. Terence van Nielen werd het slachtoffer van deze ruzie. Twee maanden later kan hij zijn woede nog steeds niet helemaal de baas. Hij vertelt wat er volgens hem die nacht gebeurde: "Ik reed samen met Henny van Den Haag naar Pijnacker, waar we bij een vriendin van Henny op het huis pasten. In Nootdorp merkten we dat we achtervolgd werden door de VW-golf van Marcel Keizer. Toen we bij Henny's vriendin voor de deur stopten, sprongen Marcel Keizer en z'n nieuwe vriendin L.0. uit hun auto. Keizer begon met een honkbalknuppel op het linkerportier in te slaan. Henny dook uit de wagen en ging de flatgalerij op om de politie te bellen. Ik probeerde er langs de rechterkant achteraan te gaan, maar het is een kleine wagen, dus Keizer was al omgelopen en ik kreeg een paar klappen. Ik dacht: 'Afstand kort houden,' en op een gegeven moment kreeg ik hem tegen de grond. Daarop begon Keizer zijn vriendin om hulp te roepen. Kreeg ik van in vriendin ook nog een klap met een honkbalknuppel. Ik dacht: 'Straks slaan ze me dood.' Toen ben ik de bosjes ingedoken. Gelukkig was de politie er redelijk snel bij." 
Marcel Keizer werd van huis gehaald en ingerekend. Van Nielen en Klein deden aangifte bij de politie in Delft. 

Hoewel het relaas van Van Nielen in grote lijnen overeenkomt met de lezing die politiewoordvoerder F. van Rijnswou van de gebeurtenissen geeft, is er één belangrijk onderscheid. Volgens Van Nielen heeft Keizer hem tijdens de worsteling tweemaal gestoken met een mes. Hij laat ruim twee maanden na dato de wonden zien op zijn scheenbeen en zijn schouderblad. Politiewoordvoerder F. van Rijnswou gaat er echter van uit dat deze verwondingen "niet met een mes zijn toegebracht." Hij zegt: "De wonden bleken niet diep en er kwam geen bloed aan te pas." Van Nielen reageert kwaad: "Geen bloed! Man, m'n hele sok was rood. Dat hebben ze bij het onderzoek in het ziekenhuis toch kunnen zien." 

Op 23 juli ging Henny Klein naar de sigarenboer in de buurt van Van Nielens huis. Klein: "Op de heenweg zag ik dat Keizer me met zijn auto tegemoet reed. Ik bleef extra lang bij de sigarenboer hangen, maar toen ik naar buiten kwam, reed hij plotseling naast me. Hij keek me aan en zei: 'Wat zie jij eruit!' Ik schrok natuurlijk." Klein vertelde aan Van Nielen wat haar was overkomen. Van Nielen: "Ik was het zat, heb de politie gebeld dat ze iets moesten ondernemen, maar die zeiden dat ze niks konden doen. Toen heb ik ze gezegd dat ik naar Keizers winkel zou gaan om hem te vertellen dat hij bij Henny uit de buurt moest blijven." 
Over wat daarna gebeurde lopen de meningen uiteen. Keizer zegt: "Van Nielen kwam naar mijn winkel en gaf me een klap met een McLight, een zware zaklamp van zestig centimeter lang." Van Nielen daarentegen zegt: "Zodra Keizer me zag kwam hij met een honkbalknuppel op me af." De Haagse politiewoordvoerster wil over deze zaak geen mededelingen doen omdat de gebeurtenissen 'puur in de relatiesfeer' liggen. 

Terence van Nielen en Henny Klein vinden dat ze weinig steun krijgen van de betrokken politiekorpsen. Van Nielen: "Bij de politie Delft leek het wel alsof wij de daders waren in plaats van de slachtoffers. Bovendien hebben we de dag na de vechtpartij zelf het initiatief moeten nemen om een technisch onderzoek te laten instellen. De technische recherche was helemaal niet op de hoogte gesteld. Slachtofferhulp Den Haag wist aanvankelijk ook van niks. Vorige week heeft slachtofferhulp gezegd dat zij niets meer voor ons kunnen doen, omdat zij uit het politiekorps geen enkele informatie over deze zaak krijgen."

Klein en Van Nielen staan wantrouwig ten opzichte van de politie en hebben daar goede redenen voor. Henny Klein zegt: "Marcel Keizer heeft contacten met meerdere rechercheurs bij de Haagse politie. Met één van hen, Klaar Munnik, is hij heel nauw bevriend geraakt. Sinds een jaar of zeven gaan ze zeer veelvuldig met elkaar om. In het begin éénmaal per week, de laatste jaren gemiddeld eenmaal per twee weken. Ik heb het idee dat Marcel Keizer beschermd wordt omdat hij zulke goede contacten heeft binnen het Haagse korps. De politie wil die contacten bewaren, of ze wil juist niet dat ze uitkomen." 
Ze vervolgt: "Munnik en Marcel kennen elkaar al heel lang. Munnik werkte begin jaren tachtig bij het vuurwapenteam. Aangezien Marcel toen al rotzooide met wapens zijn er verscheidene malen invallen geweest. Munnik was daar tenminste eenmaal zelf bij. Sinds het begin tachtiger jaren hebben die twee contacten onderhouden. De eerste keer dat ik merkte dat ze meer dan alleen telefonisch contact hadden was omstreeks 1987. Munnik had een -overigens kerngezonde- hond en die wilde hij af laten maken. Zelf durfde hij de hond niet naar de dierenarts te brengen. Dat heeft Marcel toen voor hem gedaan. Sindsdien is het contact heel nauw geworden. We kwamen bij elkaar over de vloer. Die avonden verliepen meestal hetzelfde. Munnik en Keizer trokken zich terug in hun eigen hoekje of ze gingen naar boven. Daar zaten ze grote sigaren te roken en pullen bier leeg te drinken. Zoals ik Marcel op die avonden nooit mee naar huis kreeg, zo kreeg Nel, de vrouw van Klaar, haar man niet mee. Hij wilde altijd nog een pils, al had-ie zichzelf al tot z'n oksels volgezopen. Soms stapte hij over op de korenwijn. Dat zat in van die stenen kruiken die ik 's middags moest gaan halen. Marcel en Munnik gingen vrijwel nooit nuchter naar huis." 

Volgens Klein bleven de contacten niet alleen beperkt tot huisbezoeken over en weer. Ze zegt: "In 1991 zijn we met z'n vieren veertien dagen op vakantie geweest naar Duitsland, Tsjecho-slowakije en Oostenrijk. In september 1992 en 1993 zijn we door de Munniks uitgenodigd om met hen mee te gaan naar een jaarlijkse country-avond. Marcel en Klaar Munnik trokken er ook weleens samen of met vrienden op uit. Ze hebben in 1991 tegelijkertijd bij dezelfde zaak een motor gekocht. Ze zijn samen met vrienden van Munnik op de motor naar Limburg geweest. Munnik was ook aanwezig op de begrafenis van oud-NSB'er Piet Zeller om de orde te handhaven. Hij had Marcel en mij toen op het hart gedrukt net te doen alsof wij hem totaal niet kenden. Anders moest hij zich daarover verantwoorden tegenover zijn collega. Ik ben een hele tijd ziek geweest. Nel Munnik heeft toen van begin 1990 tot eind 1991 tegen betaling ons huis schoongemaakt. Klaar Munnik heeft dat zelf voorgesteld." Ter ondersteuning van haar verhaal haalt Klein vervolgens een Macro-pas tevoorschijn. Onder het adres van de Sleutelshop staan twee namen: K. Munnik en M.A. Keizer. 

Gevraagd om commentaar reageert Klaar Munnik bijna laconiek. Hij ontkent dat hij bevriend is met Marcel Keizer. "We hebben weleens contact," zegt hij, "maar dat zijn puur beroepsmatige contacten. Het heeft weinig zin eromheen te draaien. Ik ben werkzaam bij de RID, de Regionale Inlichtingendienst. Dus het is mijn werk om met mensen als Keizer contact te onderhouden." Hij vervolgt: "Ik weet wel waar uw informatie vandaan komt. Marcel Keizers vrouw wil van hem af en is nu met hem in een geldkwestie verwikkeld. Daar wordt ze bij geholpen door een of andere kwibus die u ook wel gesproken zult hebben. Zij proberen Keizer zo vuil mogelijk te maken en daar betrekken ze nu ook andere mensen in. 
"Nederland zou in het algemeen beter af zijn wanneer de pers Keizer met rust zou laten," vervolgt Munnik. "Keizer staat tegenwoordig aan de goede kant van de lijn. Voor zover hij aan de foute kant van de lijn staat, is dat op ons verzoek. Hij heeft de politiek vaarwel gezegd, maar het verleden blijft hem achtervolgen. Ons verzoek om weer wat dingen op te starten keert zich nu tegen hem. Daar baalt hij behoorlijk van. Wanneer u deze dingen opschrijft zijn wij een informant kwijt." Munnik beaamt dat hij met Marcel Keizer en zijn vrouw op vakantie is geweest in Duitsland. "Maar," zegt hij, "dat was een toevallige ontmoeting in Berlijn die maar twee of drie dagen heeft geduurd." Ook het bestaan van een gezamenlijke Macro-pas wordt door hem erkend, maar hij ontkent daarentegen dat zijn vrouw bij Keizer heeft schoongemaakt. Een gemeenschappelijke kennis van Keizer en Munnik zegt echter: "Het was een publiek geheim dat Nel Munnik het huishouden deed bij Marcel Keizer." Deze bron, die uit angst voor represailles anoniem wil blijven, voegt eraan toe: "Ik weet zeker dat Munnik en zijn vrouw bij Henny en Marcel Keizer over de vloer kwamen, bijvoorbeeld op verjaardagen."

Een paar dagen na het gesprek tussen Nieuwe Revu en Klaar Munnik laat de directe chef van Munnik, commissaris van politie K.J. Doornbusch weten dat hij met ons wil spreken. Doornbusch beaamt dat Munnik werkzaam is bij de RID en dat Keizer de politie van informatie voorziet. Verder wil hij niet ingaan op de activiteiten van de RID. Doornbusch vertelt dat er in maart 1994 een gesprek heeft plaatsgehad met onder anderen Klaar Munnik over de positie van Keizer als informant.
Doornbusch: "Wij hoorden natuurlijk dat mevrouw Keizer mensen aanklampte met de mededeling dat er een Haagse rechercheur was met dezelfde ideeën als Keizer. Daar moesten we onze strategie op aanpassen. In onderling overleg hebben we vastgesteld dat we met Keizer alleen nog de normale spreekcontacten zouden onderhouden. Over de band tussen Munnik en Keizer vóór dat gesprek kan ik vooralsnog niets zeggen. De informatie waarmee u komt, is nieuw voor mij, maar het zou me zeker verbazen wanneer ná maart nog dergelijke door u genoemde contacten zouden hebben plaatsgehad." 
Henny Klein denkt daar anders over. "Nadat ik ben weggelopen," zegt ze, "heb ik Klaar Munnik nog eenmaal gesproken. Hij had een vriendin van mij opgebeld met het verzoek om hem te bellen, want hij maakte zich zogenaamd ongerust over mij. Pas een paar weken later heb ik hem, met tegenzin, opgebeld. Ik kreeg al snel in de gaten dat hij alleen zat te vissen naar wat ik tegen de politie in Pijnacker had gezegd. Sindsdien heb ik hem niet meer gesproken."

De suggestie van Munnik dat Keizer op initiatief van de RID extreem rechtse activiteiten zou ontplooien wordt door Doornbusch weersproken. De commissaris zegt: "De politie past niet de rol van initiator. Noch op het politieke terrein, noch op het criminele terrein." En, stelt hij verder: "Een politie-functionaris moet te allen tijde duidelijk tonen dat hij eventuele extreme politieke standpunten van zijn contacten niet deelt." 
In dit laatste is Munnik volgens Henny Klein zeker niet geslaagd. En ze krijgt daarin bijval van bovengenoemde gemeenschappelijke kennis die zegt: "Keizer draaide vaak marsmuziek uit de Tweede Wereldoorlog. Dan zat Munnik net zo hard mee te brullen en met z'n armen te zwaaien als Keizer." Henny Klein zegt: "Ik denk dat Munnik zo'n beetje dezelfde ideeën had als Marcel. Maar dat ging hij natuurlijk niet aan ons vertellen." 
Doornbusch' reactie laat aan duidelijkheid niets te wensen over. "Wanneer wij in maart de indruk hadden gekregen dat Munnik er extreem rechtse ideeën op nahield, had hij dezelfde dag dit werk niet meer gedaan. Voor mensen met dat soort ideeën is binnen het politiekorps geen plaats." Munnik zelf zegt: "Ik pik het natuurlijk niet wanneer u gaat schrijven dat ik een neo-nazi ben ofzo." 

Voor Henny Keizer is het geen verrassing dat de politie Keizer beschouwt als een waardevolle informant. "Als hij er op de één of andere manier beter van kan worden, geeft hij je zo aan bij de politie." Klein noemt enkele namen van mensen uit het criminele milieu -die niets met extreem rechts te maken hebben- die er volgens haar door Keizer bij zijn gelapt. "Toen ik nog maar net met hem omging zat half Spoorwijk achter hem aan, omdat hij iemand had verlinkt," zegt ze.
Een anoniem familielid van Marcel Keizer, voegt daar nog aan toe: "Het lijkt me sterk dat Keizer in opdracht van de politie werkt. Hij heeft nog nooit van iemand opdrachten aangenomen. Maar als hij er iets mee kan bereiken, dan zal hij er geen bezwaar tegen hebben informatie te verstrekken." 

Terence van Nielen en Henny Klein hebben niet het idee dat de politie hun veiligheid waarborgt. "De komende tijd zal Marcel Keizer mij wel als wandelend target zien," zegt Henny Klein. Financieel ontbreekt het haar aan de middelen om langdurig op een schuiladres te verblijven. "Ik sta met mijn rug tegen de muur," zegt Klein, "en de politie steekt geen poot voor ons uit." Een brief aan de Ombudsman leidde midden juli slechts tot een formele antwoordbrief waarin Van Nielen wordt aangeraden om "nader geconcretiseerde klachten in te dienen bij de politie (of de burgemeester) van Pijnacker." 
Klein: "We hebben bewust de publiciteit gezocht om ervoor te zorgen dat wij niet het slachtoffer worden van weet ik wat voor belangen die de politie bij de contacten met Keizer heeft." Van Nielen haakt daarop in: "Wanneer een rechercheur ziet dat een vrouw psychisch de vernieling in wordt geholpen, dan moet-ie toch ingrijpen?" 

Marcel Keizer ontkent dat hij Henny Klein heeft vernederd of bedreigd. "Mijn vrouw en vooral die Van Nielen zitten achter mijn geld aan," beweert hij. "Bij de politie in Pijnacker heb ik uitgelegd dat het om ordinaire afpersing gaat. Vind je het gek dat ik dan wat terugdoe?" 
Keizer wil niet veel kwijt over de aard van de informatie die hij aan de politie doorspeelt. Hij zegt: "Nederland is voor de Nederlanders, maar ik ben erop tegen wanneer buitenlanders zomaar in elkaar worden geslagen. Dat is onzin en het schaadt de goede zaak. Ik heb bepaalde dingen zo'n wending kunnen geven dat Duitse toestanden konden worden voorkomen."
Klaar Munnik wordt door Keizer beschreven als een "pure professional die een hekel heeft aan extreem links én aan extreem rechts." Keizer ontkent dat hij veelvuldig met Munnik omgaat. 

Henny Klein kan het zich nauwelijks voorstellen dat Keizer zich inspant om aanslagen op buitenlanders te voorkomen. Ze zegt: "Als-ie op televisie mensen in Afrika van de honger ziet doodgaan, lacht-ie zich rot. Na de Bijlmerramp zat hij voor de televisie en zei: 'Er zijn gelukkig geen mensen omgekomen.' Soms riep hij: 'Ik pak een machinepistool, loop naar de Houtmankade en schiet 'n zootje van die buitenlanders overhoop.' En ik durf niet te zeggen dat hij zoiets nooit zal doen." 



Door Peter Rensen - Nieuwe Revu - 7 september 1994

 
 
terug naar Marcel Keizer
terug naar laatste nieuws