Over het gebeuren schreef de Jongerenbond uit
Eindhoven het volgende stuk
Inleiding
Sinds begin 2000 is extreem-rechts veelvuldig actief in Eindhoven,
met name met het plakken van stickers en posters. We komen regelmatig stickers
van Voorpost, Nationaal Offensief en LANS en Nationalistische Studenten
Eindhoven (NSE), de Eindhovense variant van LANS, tegen.
Tijdens de mobilisatie tegen de top van de Wereldbank en het IMF in
september 2000 werd de Jongerenbond geconfronteerd met een kortstondige
infiltratie(poging) dan wel poging om samenwerking op te zetten, door een
activist uit extreem-rechtse hoek.
Hieronder willen we ingaan op de gebeurtenissen in Eindhoven en wat
volgens ons motieven en achtergronden (kunnen) zijn. Vanuit de positie
van de Jongerenbond willen we een aanzet geven om lessen te trekken. We
gaan in op de situatie in Eindhoven; vervolgens wat er gebeurd is; wat
kunnen motieven zijn en wat moet een anti-fascistische beweging hiertegen
doen op korte termijn (isolement, ontmaskeren, informeren) en op lange
termijn (mobiliseren). Ten slotte gaan we in op de positie van sociale
bewegingen als zij geconfronteerd worden met belangstelling vanuit extreem-rechtse
hoek, gegeven de actualiteit van de Voorpost strategie.
De Jongerenbond, de organisatie die in dit geval benaderd is, is een
progressieve jongerenzelforganisatie op anti-kapitalistische grondslag.
Een open organisatie van, voor en door jongeren die zich organiseren rond
thema’s als vrouwen- /meidenstrijd, anti-racisme, individuele en collectieve
belangenbehartiging en participatie. De openheid en laagdrempeligheid worden
gezien als belangrijke voorwaarde om zoveel mogelijk jongeren te kunnen
bereiken, betrekken en organiseren. Maatschappelijke vorming vindt plaats
binnen de organisatie in en door actie en d.m.v. discussie.
Situatie Eindhoven
Partijpolitiek is extreem-rechts in Eindhoven, evenals in de rest van
het land, weggevaagd bij de verkiezingen van 1998. Wat echter vanaf begin
2000 op straat steeds meer begint op te vallen zijn stickers van verschillende
extreem-rechtse organisaties: Voorpost, Nationaal Offensief, LANS en later
NSE. Naast de stickers en posters op straat is ook op de Technische Universiteit
een keer een poster van LANS gesignaleerd en later een pamflet van deze
extreem-rechtse studentenorganisatie. Vanaf mei 2000 is de Jongerenbond
meermalen doelwit geweest van extreem-rechtse sticker- en kladacties.
In (de omgeving van) Eindhoven bevinden zich ook extreem-rechtse jongerensubculturen
rond bands als Heretic en Wotan’s Order.
Er is een duidelijk verband tussen Voorpost en LANS/NSE: NSE-activisten
komen ook in actie als Voorpost-activisten. Dit "netwerkje" is de laatste
maanden zeer actief. Niet alleen met stickers en posters plakken. De NSE
probeert via goedkope onschuldig ogende leuzen (bierprijzen omlaag) de
publiciteit te zoeken, wat ze nog lukt ook. De NSE heeft ook een eigen
"webstek". Voorpost manifesteert zich met stickers en posters die een duidelijker
boodschap hebben dan NSE. Kort geleden heeft Voorpost een anti-MacDonalds
actie gehouden in Eindhoven. Gebleken is dat de reeds bekende Michel Hubert
een actieve rol speelt binnen deze club.
Michel Hubert
Wat heeft zich afgespeeld
Op 8 september organiseerde de Jongerenbond een openbare informatie-avond
rondom de anti IMF/Wereldbank activiteiten in Praag. Op deze bijeenkomst
kwam een zekere Maarten Harff, toen bij de Jongerenbond nog onbekend. Hij
kwam binnen met de vraag of het een "avond tegen kapitalisme" betrof. Toen
het programma afgelopen was toonde hij interesse in de Jongerenbond en
de daaraan verbonden Scholieren tegen Racisme (StR). In gesprekken met
hem tijdens en na deze informatie-avond liet hij zich in negatieve zin
uit over de multiculturele samenleving. Hier is, zoals dat dan altijd gaat
bij de jongerenbond, vervolgens met hem over gediscussieerd. Hij werd uitgenodigd
om een StR-bijeenkomst bij te wonen.
Op 12 september kwam hij op deze StR-vergadering samen met een huisgenoot,
"Willem" genaamd. Er werd op deze vergadering gepraat over een actie tegen
de sticker-activiteiten van Voorpost, LANS en Nationaal Offensief (NO).
Besloten werd om de stickers te gaan overplakken met behang onder het motto
"Plak ze achter het behang!".
Op 20 september ging StR met Maarten de straat op om de stickers over
te plakken. Maarten deed een tijdje mee en sprak over de mogelijkheid om
op 26 september een actie tegen IMF en Wereldbank in Eindhoven te organiseren.
Op een gegeven moment ging hij weg, naar een verjaardag. Hij informeerde
eerst naar een kroeg waar de andere plakkers eventueel heen zouden gaan.
Na het plakken kwamen de mensen van StR Maarten in de kroeg tegen. Hij
kwam daar, naar later blijkt, samen met Michel Hubert. Hubert stelde zich
niet voor en hield zich afzijdig bij het verdere gesprek. Er werd een afspraak
met Maarten gemaakt om verder te praten over een eventuele actie in Eindhoven.
Op 24 september kwam Maarten op de Jongerenbond praten over een actie
in Eindhoven. Hij wilde iets activistisch organiseren, zoals de volksoploop
in Utrecht. Hij wilde bijvoorbeeld de Eindhovense burgemeester vastketenen
of een actie voeren bij het Eindhovense World Trade Center (WTC). Afgesproken
werd dat hij langs zou gaan bij 2B en Burgers om te kijken of mensen daar
geïnteresseerd zouden zijn in een actie, zonder veel resultaat. De
volgende ochtend (maandag 25 september) troffen medewerkers van de Jongerenbond
in Eindhoven de Voorpost-posters aan die opriepen voor de Volksoploop in
Utrecht. Dat versterkte het wantrouwen tegen Maarten en men belde het door
hem opgegeven nummer en kreeg een antwoord-apparaat van "Michel". Daarop
werd de afspraak afgezegd. Op het antwoordapparaat werd gezegd dat men
afbelde, omdat men niet door middel van een actie met Voorpost geassocieerd
wilde worden. Die middag kwam Maarten nog aan de deur, maar via de intercom
werd hem gezegd dat de aanwezigen geen tijd hadden en dat hij later terug
moest komen. Dat is niet gebeurd.
Dinsdag 26 september dook Maarten samen met Michel Hubert op bij de
Volksoploop in Utrecht en is daar weg gejaagd. Maarten had hier een gemuilkorfde
Rottweiler, Hubert een niet-gemuilkorfde ander type hond. Ook later kwam
Maarten openlijk als Voorposter in actie, onder andere bij de anti-McDonalds
actie.
Motieven
Maarten zocht contact met de Jongerenbond omdat er een "avond tegen
kapitalisme" georganiseerd werd en hij zich als anti-kapitalist presenteerde.
Onder kapitalisme verstond hij materialisme, consumptieverslaving en dominantie
van het geld. Hij toonde zich bezorgd over milieubederf en het kapotgaan
van volksidentiteiten.
In dat contact zoeken kwamen een aantal dubbelzinnigheden naar voren.
Hij bleek er behoefte aan te hebben om "visitekaartjes" af te geven. In
de korte periode dat hij actief was bij de Jongerenbond gaf hij signalen
af over zijn achtergrond: zijn negatieve houding ten opzichte van de multi-culturele
samenleving; hij nam zijn vriend Michel Hubert mee naar de kroeg waar hij
JOBO-activisten verwachtte te ontmoeten; hij liet weten naar een skinhead-festival
te zijn geweest en liet blijken meer te weten van die scene; hij refereerde
terloops aan een JOBO-lid die op de hoogte bleek te zijn van zijn achtergrond;
interessen die hij toonde (vorm en inhoud) m.b.t. anti-IMF/WB kwamen duidelijk
terug in de geplakte posters van Voorpost.
Achteraf kan een en ander geïnterpreteerd worden als het peilen
van mogelijkheden en reacties. Bizar blijft natuurlijk dat hij, onbekendheid
met Voorpost-LANS-NSE voorwendend, meedeed aan de actie "Plak ze achter
het behang".
Vanuit deze ervaringen kunnen we een aantal motieven naar voren halen:
a- Proberen isolement te
doorbreken en via coalitie met links naar buiten te treden,
b- Mogelijkheden en reacties
peilen en mogelijke overeenkomsten onder de aandacht brengen
c- Meesurfen met links activisme,
waardoor zij hun extreem-rechtse ideeën onder de aandacht kunnen brengen,
d- Links en links activisme
in kaart krijgen,
e- Het overnemen van linkse
thema’s, ze ten eigen bate verder ontwikkelen om er een fascistische draai
aan te geven,
f- Beetje verwarring schoppen
en provoceren.
Je kunt de motieven verder plaatsen in het licht van de nieuw-rechtse
Voorpost strategie.
Extreem-rechts is momenteel niet gebaat bij confrontatie. Ze proberen
gelegenheden te benutten om een positie op te kunnen bouwen. Welke gelegenheden
ze hebben om kaders aan te trekken en op te leiden en welke om gehoord
(kunnen) worden zijn ze blijkbaar druk aan het onderzoeken. Ideologisch
en organisatorisch zoeken zij aansluiting bij linkse thema’s. Zij presenteren
hun nationalistische gedachtegoed hierbij als een alternatief kader waarin
naar oplossingen gezocht kan worden.
Wat als sociale bewegingen hiertegen te doen?
Hieronder zetten we een aantal punten op een rijtje waar de Jongerenbond
n.a.v. deze ervaringen aan heeft gewerkt of nog aan gaat werken. We maken
een onderscheid tussen wat we moeten doen op korte termijn, op langere
termijn en wat de positie van sociale bewegingen aangaat.
a- Op korte termijn lijkt
het ons van belang aan de volgende punten vast te houden:
Isolement: Het is duidelijk
dat zij proberen in de openbaarheid en uit het isolement te komen. Een
eerste taak van linkse bewegingen is dus om dat isolement in stand te houden.
De organisaties zijn erg zichtbaar op straat met stickers en posters. De
Jongerenbond reageert hierop door behang over hun plaksels te plakken.
Klaarblijkelijk zoeken ze contact met organisaties, daarom heeft de jongerenbond
die organisaties geïnformeerd waar Maarten zich in geïnteresseerd
heeft getoond. Toen ze in de lokale media van zich lieten horen hebben
wij alle media over de achtergronden van deze organisaties geïnformeerd.
Ontmaskering als fascisten:
Door hun profilering als nationalisten en door het ludieke karakter van
de NSE zijn ze niet voor iedereen als fascisten te herkennen. Het is daarom
van belang ze als fascisten te ontmaskeren door hun opstelling te analyseren
(Voorpost is bijvoorbeeld wel tegen internationaal kapitaal maar niet tegen
nationaal kapitalisme) en te wijzen op de organisatorische verbanden en
de politieke geschiedenis van de leden.

Elkaar informeren: Met het oog
op onze ervaringen is het van belang andere (Eindhovense of andere plaatselijke)
organisaties in te lichten. Uit dit Eindhovense geval bleek hoe belangrijk
het is om contact te hebben met andere organisaties die zich bezighouden
met de bestrijding van extreem-rechts. De informatie die we van Kafka kregen
heeft bijgedragen tot een snelle ontmaskering van de infiltratie.
Ontwikkelingen volgen: Gebleken
is dat het extreem rechts lukt om zich te manifesteren, verwarring te schoppen
en in de publiciteit te komen. Zowel lokaal als elders is het belangrijk
om te volgen op welke wijze en via welke media ze er in slagen naar buiten
te treden en op welke thema’s ze zich concentreren.
b- Langere termijn.
Deze groeperingen ontwikkelen zich ondergronds. Als ze zich manifesteren
maken zij gebruik van de onbekendheid van mensen voor wie niet duidelijk
is wat de achtergrond van deze organisatie is. De hiervoor genoemde punten
richten zich op de korte termijn. Tegelijkertijd moeten progressieve organisaties
(samen)werken aan een lange termijn strategie die er uit bestaat dat extreem-rechts
serieuze weerstand kan verwachten op het moment dat ze zich openlijker
en evt. massaler gaan manifesteren.
c- Positie van sociale bewegingen.
Eerder is n.a.v. acties van Voorpost gediscussieerd over de vraag of
bewegingen afstand moeten nemen van thema’s waar extreem-rechts zich aan
verbindt. De thema’s die rechts oppakt en manipuleert zijn blijkbaar anti-kapitalistische
thema’s die zij in een nationalistisch en fascistisch perspectief proberen
te benutten. Dat betekent dat we ons niet kunnen beperken tot een defensieve
strategie. Niet het thema maar het progressieve karakter van onze eisen
en alternatieven moet het referentiepunt zijn op basis waarvan we strijd
tegen kapitalisme en fascisme voeren. Als we ons hierop willen profileren
komen echter een aantal zwakke punten van hedendaagse sociale bewegingen
naar voren.
De achilleshiel van links blijkt met name in het ontbreken van alternatieve
eisen en progressieve modellen. Dit bleek o.a. in de linkse coalitie tegen
IMF/Wereldbank waarin een gezamenlijk alternatief achterwege bleef vanwege
de broosheid van de coalitie van sociale bewegingen juist op dit punt.
Juist met een progressief alternatief had de coalitie zich kunnen onderscheiden
van extreem rechtse groeperingen als Voorpost die zich ook uitspraken tegen
IMF en Wereldbank.
Het onvermogen gezamenlijk tot een alternatief te komen heeft naast
historische en (partij)politieke tegenstellingen ook algemener te maken
met de veranderde rol die sociale bewegingen zich vaak toeschrijven. Bewegingen
kennen zichzelf een bepaalde speelruimte toe: ze beperken zich tot het
verpersoonlijken van issues en veroordelen zich daarmee tot lifestyle-activisme.
Echter vraagstukken die verband houden met volksnationalisme en fascisme
spelen in op het ontbreken van bereidheid om maatschappelijke problemen
op en sociale basis op te lossen. Bewegingen zouden de zelfopvatting moeten
ontwikkelen om hier actief een rol in te spelen om daarmee extreem-rechts
de wind uit de zeilen te nemen.
De samenleving internationaliseert op economisch/institutioneel en sociaal-cultureel
niveau. Dat wordt gevolgd door een politiek van uitsluiting (groepsegoïsme)
en afsluiting (Fort Europa). In zo’n politieke realiteit wordt de noodzaak
sterker dat sociale bewegingen vormgeven aan internationale solidariteit.
In de publiciteit die de Jongerenbond maakte rondom de mobilisatie
stelden we dat we de anti-IMF / Wereldbank protesten zagen als een (broodnodige)
moderne vorm van internationale solidariteit. Daarin komt tot uiting dat
mensen de onrechtvaardige economische orde niet langer accepteren en inzien
dat de zgn. excessen van het kapitalisme voor een belangrijk deel te wijten
zijn aan de manier waarop ondemocratische supranationale instellingen over
onze toekomst beslissen. Deze stap in het politiek bewustzijn moet volgens
ons worden opgevolgd door de ambitie uit te spreken dat internationale
verbondenheid wel degelijk op sociale en democratische manier vorm kan
krijgen. Samenwerking van sociale bewegingen is daarin cruciaal en de gemeenschappelijke
progressieve basis moet volgens ons meer benadrukt worden.
|